Nynke van der Beek over haar Stabat Mater vertaling
Blij verrast zijn we met de bijzondere vertaling van Nynke van der Beek; zeker in deze tijd van het jaar, nu Goede Vrijdag eraan komt. Nynke is geboren in Rotterdam (1971), opgegroeid in de gereformeerde kerk en later katholiek geworden. Ze studeerde theologie in Kampen, Apeldoorn en Utrecht, was redactielid van het literaire tijdschrift Liter en werkte als freelancer voor uitgeverij Jongbloed. Haar teksten zijn onder meer opgenomen in de bundel Het vrije lied (2023). Hieronder geeft ze een toelichting op haar vertaling.
Een puzzel
Een voordeel van het vertalen van een tekst als het Stabat Mater is dat je gedwongen wordt om je woorden nauwkeurig te kiezen. Breedspraak is onmogelijk. Tegelijk is dat een nadeel, althans, het maakt de puzzel lastiger om te leggen. Het Latijn is nogal compact, terwijl je in het Nederlands niet de mogelijkheid hebt om allerlei woordjes in te slikken. En rijmen is erg leuk, maar vooral als je volop de ruimte hebt om je eigen woorden te kiezen.
Toch wilde ik graag deze tekst vertalen. De bestaande teksten zijn soms wat gedateerd en ik heb een poging gedaan om, na wat hymnes van Thomas van Aquino vertaald te hebben, van het Stabat Mater een soepel en betrokken gedicht te maken, dat toch zo dicht mogelijk bij het origineel blijft.
Gedeeltelijk gaat het om pure techniek. Het Latijn begrijpen, de woorden en de grammatica, lettergrepen tellen, het metrum met je vingers meetikken, lijstjes met rijmwoorden maken, naar andere vertalingen kijken. Rommelen met zinsdelen, soms een ingeving krijgen en dan je gouden vondst weer snel doorkrassen. Ik heb gekozen voor 8 – 8 – 6 lettergrepen, jambisch, omdat ik dat ‘Nederlandser’ vind en de regels dan krachtiger eindigen.
Techniek: tellen en rommelen
De rest is lastiger te omschrijven. Ik probeerde een synthese te maken van de oude tekst en een taal die niet echt modern is, maar wel meer van deze tijd. Daarom heb ik enkele wijzigingen aangebracht. Zo heb ik ‘kruis’ in de eerste strofe niet alleen vervangen door ‘hout’ omdat ‘kruis’ een akelig rijmwoord is (huis/muis/abuis), maar vooral omdat ‘kruis’ in mijn beleving sleets aanvoelt en daarom juist van de oorspronkelijke betekenis afvoert.
Opgespijkerd
In de tijd waarin het Stabat Mater is ontstaan, wist iedereen waar de Moeder naar keek. De prenten en schilderijen waren immers niet heel terughoudend in het afbeelden van het lijden van de gekruisigde. Toen de meeste muziek voor deze tekst werd gecomponeerd, was er zelfs een fascinatie voor Jezus’ bloed ontstaan. Zo had men uitgerekend dat hij 5475 wonden heeft gehad, waaruit 547.500 bloeddruppels zijn gevloeid. De vijf wonden werden vereerd (vooral de zijdewond). En een middeleeuws psalter dat in de British Library wordt bewaard, bevat vele pagina’s zonder tekst of afbeelding: ze zijn volledig rood geverfd met daarop in donkerrood dikke druppels, druppels en nog meer druppels.
Iets van dat concrete heb ik geprobeerd te beschrijven met het woord ‘opgespijkerd’. Geen ‘letterlijke’ vertaling, maar het duidt precies aan wat Maria zag. Door in gedachten naast haar te gaan staan, haar hand te grijpen, is het misschien gemakkelijker om te blijven kijken. Niet voor niets zijn vaak zoveel mensen, ook uit de tijd dat de afbeelding gemaakt werd (en niet alleen de geldschieters) onder het kruis afgebeeld: zij vormen een uitnodiging aan de toeschouwer om erbij te komen staan.
Voorbij het verdriet
Maar het Stabat Mater gaat verder dan dat en heeft in feite iets heel ongemakkelijks. De verzen zijn (als je de hele tekst serieus neemt) niet volledig te versmallen tot het verslag van een intens verdrietige mama die om haar arme kind huilt, net zo min als de ‘Matthäus Passion’ enkel een verhaal is over vriendschap en verraad. Hier is geen sprake van zieligheid, want het beschrijft de ultieme consequentie van Maria’s jawoord, haar ‘fiat’, toen ze tegen de engel Gabriël zei: ‘Mij geschiede naar uw woord.’
Haar toewijding aan Jezus vraagt dat ze daar onder het kruis staat en niet wegloopt. Want ook Jezus hangt daar vrijwillig. Het merkwaardige is nu, dat de dichter aan Maria vraagt om deel uit te mogen maken van hun beider lijden. Hun lot te delen, hun striemen te voelen, zelf gebroken te worden, Jezus’ sterven in zich te dragen. En dit wordt dan ook nog bestempeld als ‘geluk’.
Via Maria
Zo’n vereenzelviging met dat lijden kan misschien alleen begrepen worden als je probeert te begrijpen wie Jezus is. En dat duurt soms even, bij mij althans. Ik ben pas iets dichter bij dit mysterie gekomen toen ik katholiek werd en alle rituelen, wierrook en kniebuigingen onderging en mee ging doen. Blijkbaar kom ik slechts via het zintuiglijke ‘naar binnen’. En zo kwam ik ook via Maria naar Jezus, door onder andere te worstelen met het Latijn en domweg lettergrepen te tellen.
Maria is overigens het beste geheim van de Kerk: als een enorm mycelium overleeft zij ondergronds, in het donker en de stilte, tot de omstandigheden gunstiger zijn. Soms komt zij bovengronds: in ‘mijn’ Lodewijkkerk in Leiden wordt elke maand een ‘Stabat Mater gebedsochtend’ gehouden, en vergeet niet de talloze verborgen schietgebedjes en de kaarsjes die op zoveel plekken worden opgestoken. De Maria van het Stabat Mater leeft nog steeds.
Stabat Mater
De moeder staat vlak naast het hout
met bloedend hart, de wangen zout,
zolang haar Zoon daar hangt.
Zodat de arme ziel de pijn
die scherper dan het zwaard moet zijn
verstomd van smart ontvangt.
Juist zij die zo gezegend is
komt bijna om van droefenis,
beweent haar enigst kind.
Ze slikt vergeefs, ze snikt en beeft
terwijl hij helse pijnen heeft,
zo’n kwelling ondervindt.
Breekt niet je hart wanneer je ziet
dat Christus’ moeder van verdriet
een zee aan tranen schreit?
Wie kan dit zonder huilen aan:
die trouwe moeder te zien staan
nu zij hier met Hem lijdt?
Toen Hij zijn rug voor onze straf
vrijwillig aan de beulen gaf
is zij erbij geweest.
En nu krimpt zij van pijn ineen:
haar lieve jongen sterft alleen,
alleen geeft Hij de geest.
Geef, moeder, dat ik voel hoe zwaar
dit kruis is, uw verlies ervaar,
begrijp uw tragisch lot.
Geef dat ik Christus zo bemin
at alles gloeit hier binnenin,
dicht bij Hem ben, mijn God.
Mijn goede moeder, denk aan mij,
doorsteek me, breek me, zoals Hij
die opgespijkerd is.
Dan zal ik delen in het kwaad
dat uw gewonde Zoon doorstaat
voor mijn vergiffenis.
Laat mij met u, zolang ik leef,
verdrietig zijn en treuren, geef
compassie met mijn Heer.
Ik sta graag naast u, vrouw van smart:
uw ogen zijn omrand met zwart
want nooit deed iets zo zeer.
Zeer maagdelijke diamant,
wijs mij niet af, maar grijp mijn hand
opdat ik met u klaag.
Geef dat ik leef zijn lijdensweg,
mijn lippen op zijn wonden leg,
zijn sterven in me draag.
Ik ga aan al zijn striemen stuk,
verteerd word ik door dit geluk:
zijn liefde is teveel.
Ik sta in vuur en vlam, o maagd,
bescherm mij als het oordeel daagt,
van u ben ik geheel.
Laat dan het kruis de reddingslijn
en Jezus’ dood mijn lijfwacht zijn
zijn trouw een schild rondom.
Zodat ik na mijn laatste reis
in het herstelde paradijs
bij Hem, mijn liefste, kom.




